Op naar een kangoeroewoning: hoe pak je het aan?

Kangoeroewonen is zorgen voor elkaar. Denk maar aan ouderen die op de kinderen letten, of het jongere gezin dat voor de ouderen naar de winkel gaat.

Wie gaat samenwonen met anderen, staat een deel van zijn privacy af. Maar het feit dat je nooit helemaal alleen bent, heeft ook zijn voordelen.
“We maken het onderscheid tussen drie verschillende vormen van kangoeroewonen,” legt Annelies Maes van Villa Juris Advocaten uit. “In een eengezinswoning, in een meergezinswoning of onder de vorm van zorgwonen. Vooral die laatste is een klasse apart.”

Waar zit het verschil?

“Kangoeroewonen doe je in een een- of tweegezinswoning. In het tweede geval wordt er voor elk gezin een aparte wooneenheid gecreëerd,” klinkt het. “Een akte bij de notaris maakt het onderscheid tussen de gemeenschappelijke delen (bijvoorbeeld de inkomhal, de tuin, de lift,…) en de private delen. Iedere eigenaar krijgt zijn deel toegewezen. Op de gemeenschappelijke delen geldt er een gedwongen mede-eigendom.”

“Kangoeroewonen in een ‘eengezinswoning’ blijft voor het kadaster één woonst op één lot grond. Dit betekent dat – in tegenstelling tot bij een meergezinswoning – er maar één kadastraal inkomen en één onroerende voorheffing is. Wie eigenaar is van de woning speelt in principe geen rol. Beide partijen creëren een vrijwillige onverdeeldheid, een partij is eigenaar en de andere betaalt huur of beide partijen huren van een derde partij.”

“Een speciale vorm van kangoeroewonen is het ‘zorgwonen’”, vertelt Maes. “In dit geval komt er een ondergeschikte woonunit binnen een woning bij zodat maximum twee personen kunnen inwonen die ouder dan 65 jaar of hulpbehoevend zijn. Denk maar aan ouders die niet meer zelfstandig kunnen wonen en bij hun kinderen intrekken.”

Heb ik een stedenbouwkundige vergunning nodig?

“Een woning opsplitsen, of in een gebouw een aantal woongelegenheden wijzigen die bestemd zijn voor de huisvestiging van een gezin of alleenstaande om er een kangoeroewoning van te maken, is stedenbouwkundig vergunningsplichtig,” verduidelijkt de advocate. “Met andere woorden: in je huis een afzonderlijke woon- en leefruimte afscheiden en inrichten voor vrienden, familie of zelfs vreemden vereist in principe een voorafgaande stedenbouwkundige vergunning.”

“Niet onbelangrijk om weten: niet overal is het toegelaten een kangoeroewoning in te richten. Soms is het op basis van de geldende stedenbouwkundige voorschriften verboden om een bestaande eengezinswoning om te vormen tot een meergezinswoning of om twee wooneenheden te bouwen op één perceel. Uitsluitsel hierover krijg je op de stedenbouwkundige dienst van je gemeente.”

“Voor ‘zorgwonen’ gelden er afwijkende regels,” weet Maes. “Er is wel een meldingsplicht, maar geen vergunningsplicht. Dit op voorwaarde dat het inrichting van de zorgwoning geen invloed heeft op de constructie van de woning en men binnen hetzelfde woonvolume blijft. Een uitbreiding van het woonvolume vraagt wel een stedenbouwkundige vergunning.”

“Ook het beëindigen van de zorgsituatie – door bijvoorbeeld overlijden of verhuis naar een tehuis – moet opnieuw gemeld worden aan de gemeente. Wens je de gesplitste woning toch nog te gebruiken om een ander gezin te huisvesten waarbij er niet langer sprake is van ‘zorgwonen’, dan herleeft de vergunningsplicht.”

Wat zijn de financiële en fiscale gevolgen?

“Ook op het financiële en fiscale gebied wordt er een onderscheid gemaakt tussen de verschillende vormen van kangoeroewonen. Zoals eerder vermeld, geldt er voor kangoeroewonen in een ‘eengezinswoning’ één kadastraal inkomen en één onroerende voorheffing. Maar het gaat nog verder dan dat,” legt de advocate uit. “De overheid beschouwt alle inwonende personen als deel van het gezin. Het gevolg is dat de inkomsten worden samengeteld. Dit heeft verregaande gevolgen voor ziektevergoedingen van de mutualiteit, inkomensgarantie van oudere, werkloosheidsuitkeringen, studietoelagen,…”

“Bij kangoeroewonen in een ‘meergezinswoning’ worden de verschillende partijen als aparte gezinnen beschouwd. Ze zijn op financieel en fiscaal vlak niet gebonden aan elkaar. Ieder gezin heeft ook een eigen kadastraal inkomen en onroerende voorheffing. Dit heeft dus geen gevolgen voor eventuele vergoedingen, toelages of uitkeringen.”

“Net als bij eender welke vorm van kangoeroewonen moet ook bij ‘zorgwonen’ iedere bewoner opgenomen worden in het rijksregister. In dit geval is er een speciale code voorzien,” geeft Maes nog mee. “Hierdoor worden inwonende personen – die hulpbehoevend zijn of ouder dan 65 jaar – als een apart gezin beschouwd en dus ook afzonderlijk belast. Je moet dan wel kunnen aantonen dat je woning officieel een ‘zorgwoning’ is.”

Bron: Livios
Ontvang als eerste nieuwe panden in uw mailbox?